Weet je wat een beetje mijn probleem is? Ik vind alles best. Dat kan Marijn tot op het bot irriteren, maar over heel veel dingen heb ik nu eenmaal geen mening en maakt het me simpelweg niet uit:
‘Zullen we vanavond pizza maken?’
Best.
‘Zullen we vanmiddag even langs m’n ouders gaan?’
Best.
‘Zal ik hier een lavendelstruik of radijsplant poten?’
Best.
Ok, bij die laatste vraag luister ik waarschijnlijk niet, maar dat komt omdat ik wat de tuin betreft niet alleen alles best vind, maar het me ook geen klap interesseert.
En dat is het gevaar van alles best vinden; dat mensen zouden kunnen denken dat je geen interesses hebt.
Ik heb juist megaveel interesses. Ik heb niet voor niks een abonnement op de Quest. Alles, álles, is wel op een bepaalde manier boeiend. Achteraf gezien is dat ook mijn valkuil geweest. Na de middelbare school ben ik journalistiek gaan studeren, en eigenlijk was dat perfect. In journalistiek komt immers alles aan bod. Hadden we een blok over Mens&Maatschappij, ik vond het prachtig. Een blok over Economie? Een mooier vak bestaat niet. Politiek&Overheid? Ik ging voor de lol kamerdebatten live meekijken met een bak popcorn ernaast. Ok, zonder popcorn, maar ik probeer een sfeerbeeld te schetsen.
Dus toen ik van journalistiek overstapte naar Nederlands, was dit misschien niet meest strategische keuze. Maar ja. De colleges waren leuk, dus waarom zou ik iets kiezen wat op langere termijn meer rendabel was als ik dit interessant vind?
Feit is, dat naarmate je ergens meer van weet, het door die achtergrondkennis automatisch interessanter wordt. Als je ergens nog nooit over na hebt gedacht, en eigenlijk weet je er niets van, hoe kun je dan weten dat je het niet interessant vindt?
Ik zit nu heel hard na te denken over iets wat ik niet interessant vind, maar eigenlijk denk ik bij alles wat ik lees of hoor en wat mij nog niet bekend was: ‘Goh.’ En ‘goh’ is het begin van vragen die zich in mijn hoofd rijpen. En dan is daar in deze tijd godzijdank Google en Wikipedia.
Marijn verweet mij eens dat ik teveel ‘interview’ tijdens koetjes- en kalfjesgesprekken. Maar – oh en nu weet ik meteen iets wat ik niet boeiend vind! – koetjes- en kalfjesgesprekken vervelen mij mateloos. Oppervlakkige verplichte semi-sociale interactie, dat boeit me nou werkelijk geen zak. Wat er weer toe leidt, dat áls ik dan eens de Sjaak ben en gesprekspartner in een koetjes- en kalfjesgesprek, ik me vastbijt in één detail van het gesprek mijn slachtoffer het vragenvuur aan de schenen leg.
Marijn zegt dat ik mensen zich daardoor ongemakkelijk kan laten voelen. Mocht dat zo zijn: sorry. Dat is niet mijn bedoeling. Maar ik durf te wedden dat ik hier niet alleen in sta. En ook niet in het ‘alles is boeiend’-principe. Toch?

♥ weetjes
Volg mij en alles komt goed