Het was Hemelvaart en ik moest met Marijn mee naar de Intratuin. Het liefst mijd ik de Intratuin. Ik kan er enorm chagrijnig van worden. Ten eerste al het feit dat je een route moet volgen, en je daar nauwelijks vanaf kunt wijken. Als ik al naar de Intratuin ga, is dat doorgaans om cupcakemix te kopen en verder niets. De cupcakehoek bevindt zich uiteraard vlak bij de uitgang, maar vanaf die kant mag je er niet in, dus moet ik die hele kronkelweg afstruinen waarbij ik continu geblokkeerd word door stellen van middelbare leeftijd in matchende Helly Hansen-jassen die altijd de behoefte voelen hun kar dwars op het pad te zetten.
En nu was het nog erger, want nu was het Hemelvaart. Naar de Intratuin gaan met Hemelvaart is eerder een Hellevaart. Het is als naar de Ikea gaan met Pasen. Denk ik tenminste, want ook dat mijd ik.
Maar goed, Marijn had een tegoedbon en hij houdt nogal van planten, dus wij naar de Intratuin. En ik werd weer eens bevangen door dat paniekerige gevoel van ‘Wat doe ik hier in godsnaam?’ en ‘Hoe kan het nou toch weer zijn gebeurd dat ik hier loop?’ Maar daar bleef het dit keer niet bij. Ik begreep nu ook niet wat andere mensen daar deden.

Dit bijvoorbeeld, gebroken dinosauruseieren met golfbalstructuur inclusief plant. En takken, TAKKEN!! Waarom?
Ik zag een volwassen vent van zo’n veertig jaar met open mond en samengeknepen ogen een bord proberen te lezen waar zijn vrouw naar wees, terwijl hij een witgeschilderde metalen fietsje vasthield, met een plant op de bagagedrager gemonteerd. Wáárom kopen mensen metalen witgeschilderde fietsjes met een plant op de bagagedrager? Sowieso al die dingen die ze daar verkopen tegen belachelijke prijzen, wáárom?! En toen ging ik nadenken: ‘Nou, goh Dionne, als je dat bij iemand in de tuin ziet staan he? Dan is dat toch leuk? Kijk, nu ziet het er enorm zielig en eierstokverschrompelend uit, maar je moet het geheel zien, naar het totaalplaatje kijken.’
Maar dat hielp helemaal niet! Want toen liepen we langs de tuinmeubelen en ging ik denken: ‘Waarom willen mensen toch altijd dat hun buiten op een binnen lijkt? En waarom moet binnen op buiten lijken? Binnen zetten we vol met planten, en buiten vol met meubilair. Waarom? Dat is geschift! Maak een keuze, wees binnen of buiten.’ Ik begreep het totaalplaatje niet.
Zelf geef ik geen zier om planten. Ik laat ze om de haverklap doodgaan en als ik bloemen krijg zeg ik ‘goh dankjewel,’ leg ze ergens neer en vergeet ze vervolgens compleet, om ze na een week terug te vinden achter de wasmachine. Bijvoorbeeld. Maar ik ben wel graag buiten. In het bos, of op het strand. En dan haal ik eens diep adem en ruikt het altijd lekker en dan voel ik me blij. Maar ik ga toch geen kuub zand in mijn woonkamer storten? Of een veld brandnetels in de slaapkamer aanleggen? Waarom zetten we dan onze huizen dan vol met dergelijk flora? Planten horen toch in de tuin? En meubels horen in huis. Tenzij ze van Dukdalf zijn.


