Het leek wel of jij alles begreep. Dat was niet zo, niemand begrijpt alles. Dus jij ook niet. Maar je probeerde het wel, en deed anders wel alsof. Ik kon alles zeggen. Denk ik. 

Het is een jaar en 8 dagen geleden dat mijn oma overleed, en er is geen dag voorbijgegaan dat ik niet aan haar dacht. Ik zie hoe verdrietig mijn opa is en ik kan er niks aan doen. Dat is wat we zouden willen, iets doen, iets wat helpt. Maar mijn oma blijft weg, dus niks helpt.

Ik kijk naar mijn jongste dochter, hoe vrolijk ze altijd is en hoe ze soms zelfs mijn opa weet op te vrolijken. Met haar in mijn buik zat ik bij mijn oma’s bed, die laatste dagen van haar leven. Met haar in mijn buik ging ik naar de begrafenis. Maar mijn oma kent haar niet en mijn opa wel. Want die moet alleen verder.

Ik weet nog hoe ze rook. Een beetje kruidig, naar tuin, want daar was ze altijd in bezig. Ik kan haar gezicht nog voor me zien, zowel vroeger als op het laatst. Ik herinner me haar stem, hoe ze klonk en hoe ze sommige dingen uitsprak. Sommige woorden verkeerd, en daar lachten we dan om.

Vorig jaar met Koningsdag kreeg ik het berichtje dat het niet goed ging en vanaf toen werd alles anders. Ik had gelukkig net zwangerschapsverlof, dus alle tijd om er te zijn. Soms kijk ik terug op die periode en voelt het helemaal verkeerd. Maar soms denk ik wat maakt het ook allemaal uit? En nu is het weer die tijd, dat weer, die zon. Ik doe dezelfde dingen als vorig jaar. Ga naar het strand, fiets een stuk, zit in de tuin en kijk naar mijn peuter. Maar nu met baby en zonder oma.

Mijn opa lijkt iedere week wel een begrafenis te hebben en ik lijk iedere week wel een zwangerschapsaankondiging te horen. Want het leven gaat door. Het mijne wel.